|
|
| Lp en cd tips |
| |
 |
 |
 |
 |
| |
| |
| |
| |
|
| Pop |
| |
| hierover volgt nog informatie |
| Terug naar boven |
| |
| |
| |
|
| Americana |
| |
Ryan Adams-Cardinology ...
Het gonsde al een tijdje op het internet: de nieuwe Ryan Adams komt eraan. Het blijkt telkens weer nieuws van de hoogste orde te zijn; althans voor de muziekliefhebber. Het zegt wat over de status van 's rocks enfant terrible, alias het wonderkind uit Jacksonville, North Carolina. Het zijn grote woorden, maar toch bewijst elke release wel zo'n beetje het gelijk van de laatste bewering. Welnu, vanaf 24 oktober ligt Adams' tiende cd sinds het debuut Heartbreaker (2000) in de winkel: Cardinology (Lost Highway/Univerdal). Zoals de titel al suggereert laat Adams zich opnieuw begeleiden door The Cardinals, met daarin als gitarist Neal Casal en pedal steelspeler Jon Graboff. Zij laten Adams schitteren in twaalf intense, melancholieke en compacte countryrocksongs, waarbij opvalt dat de helft van de nummers zelfs de drie minuten niet te boven komt. Maar ze zijn prachtig die liedjes: Born Into A Light, Go Easy, Fix It, Like Yesterday. Natural Ghost en Sink Ships zijn geweldige rocknummers waarin Adams de zanger excelleert, maar ze leggen het net af tegen de prachtige countrygospel Let Us Down Easy. De pure schoonheid laat zich gelden in de intense afsluiter Stop, waarin Adams' gebroken stem, strijkers en een jankende pedal steel Cardinology naar een verstild einde brengen. Ryan Adams is zonder meer in goeden doen; klinkt vitaal en gefocust en heeft en passant een van de beste albums uit zijn niet misselijke carrière afgeleverd.
(Wiebren Rijkeboer) |
| Terug naar boven |
| |
Lucinda Williams-Little Honey
De eerste keer dat ik naar Little Honey (Lost Highway/Universal) luisterde was op ... een krakkemikkige cd-speler. En wat klonk het goed: direct, rauw en gedreven. Lucinda Williams lijkt een nieuw soort elan uit te stralen, althans in vergelijking met West, dat in het teken stond van verlies, verdriet en de dood. Williams heeft in ieder geval een nieuwe verloofde, die ook gelijk maar dit album (co)produceerde. Little Honey is een waar rock-'n-rollalbum dat vooral aangedreven worden door gitaren, waarvoor verantwoordelijk Doug Pettibone en nieuwe man Chet Lyster (Eels). Dat uit zich in straighte rockers als de rammelende opener Real Love, Honey Bee en nota bene de AC/DC-cover It's A Long Way To The Top. Lekkere twang is er in Well Well Well en Jailhorse Tears – waarin Elvis Costello even komt cameoën – swampblues in Heaven Blues en gloeiende countrysoul in werkelijk fabuleuze songs als Tears Of Joy, Knowing en Rarity, de laatste opgetuigd met de zangharmonieën van Matthew Sweet en Susanna Hoffs. Ronduit schitterend, werkelijk, zijn If Wishes Were Horses – But if wishes were horses / I'd have a ranch – en het naar een zinderende climax gevoerde Little Rock Star. Little Honey is een zeer gevarieerd modern countryrockalbum dat geen zwakke nummers kent. Lucinda Williams heeft het weer geflikt; het zoveelste sterke album op rij. Williams is natuurlijk altijd Williams – net zoals Gerard Reve altijd hetzelfde boek schreef; hoe kon hij anders? – herkenbaar en nog steeds urgent, met Little Honey als piek in een zo langzamerhand monumentaal oeuvre.
(Wiebren Rijkeboer |
| Terug naar boven |
| |
| |
| |
|
| Jazz |
| |
THELONIOUS MONK QUARTET & JOHN COLTRANE - LIVE AT CARNEGIE HALL (BLUE NOTE)
We mogen Blue Note erg dankbaar zijn dat ze deze opnames vanonder het stof vandaan heeft gehaald en een goede release heeft toebedeeld. Ze vormen namelijk een absoluut klassiek werk in de jazz, van een legendarische groep muzikanten die maar een korte tijd samen speelde. Helaas was er van dit ensemble bijna geen materiaal bescikbaar. Deze opnamen stammen van 29 november 1957, gemaakt in de Carnegie Hall in New York, brengen daar eindelijk verandering in.
Het is een bekend verhaal: er worden opnamen gemaakt van een live-performance van een band deze worden vergeten en jaren later ineens teruggevonden. Zo ook in dit geval. Opgenomen door Voice Of America voor een latere radio-uitzending verdwenen de tapes onder een dikke laag stof, om begin 2005 plotseling in The Library Of Congress in Washington op te duiken. Naar nu blijkt waren de tapes verkeerd gelabeled, wat ervoor zorgde dat een legendarisch werk zo lang kon verdwijnen. Een aangename verassing toen de tapes teruggevonden werden dus.
Ten tijde van het optreden in de Carnegie Hall speelden Monk & Coltrane inmiddels vier maanden samen. De opnames tonen het kwartet, naast Monk & Coltrane bestaande uit basist Ahmed Adbul-Malik en Shadow Wilson op drums op hun absolute hoogtepunt met een duur van 51 minuten.
En dat betekent 51 minuten genieten. Monk & Coltrane voelen elkaar zo perfect aan, dat er een zeer bijzonder geheel onstaat. Alleen de echte grote mannen in de jazz zijn ooit in staat gebleken een sessie als deze af te leveren. Genieten geblazen voor elke jazz-liefhebber.
MO
|
| Terug naar boven |
| |
| |
| |
|
| Klassiek |
| |
| Johann Sebastian Bach – Motetten
...
Nederlands Kamerkoor o.l.v. Peter Dijkstra
Channel Classics CCS 27108
De dirigent Peter Dijkstra (1978) leidt het Nederlands Kamerkoor in een nieuwe opname van Bachs Motetten. Zijn lichte, ontspannen uitvoering is een verademing.
Cantor Johann Sebastian Bach schreef zijn motetten voor bijzondere gelegenheden, waarschijnlijk begrafenissen. Behalve ‘Singet dem Herrn’, want de zin ‘Alles was Odem hat lobe den Herrn’ gaat wel uit van een levend gehoor. Waarschijnlijk was het bedoeld als oefenstuk voor de jongens van de Thomasschule. Het enig dateerbare motet is ’Der Geist hilft unser Schwachheit auf ’ uit 1727. Waarschijnlijk zijn de vijf andere motetten ouder. Alleen over het auteurschap van ‘Lobet den Herrn’ bestaat twijfel.
Elk motet staat los en is een kosmos op zichzelf en behalve de passages met koralen vertonen de composities eigenlijk nauwelijks overeenkomsten. Het is onbegeleide vocale muziek, en dat was in Bachs dagen al niet meer vanzelfsprekend, want het a cappella motet gold als een verouderde vorm. Hoe vocaal ook, al in Bachs dagen was meespelen met instrumenten gebruikelijk.
Sigiswald Kuijken heeft vorig jaar met zijn Petite bande laten horen hoe mooi dat kan zijn. Alle stemmen waren solistisch bezet en werden gedubbeld met instrumenten. René Jacobs maakte enkele jaren geleden een opname met het RIAS-Kammerchor en liet in sommige motetten instrumenten meespelen, hier en daar dunde hij het koor uit. Ook heel overtuigend.
Peter Dijkstra komt nu met het Nederlands Kamerkoor met zijn opvatting. Hij is een dirigent die de koorzang met de paplepel kreeg ingegoten, een wonderboy die er zijn hand niet voor omdraait ook zelf mee te zingen. Zijn staat van dienst is nu al indrukwekkend. In 1999 was hij oprichter van The Gents, een koor van jonge mannen dat hij tot in 2007 heeft geleid. Sinds 2005 is hij artistiek leider van het koor van Beierse Radio en vaste gastdirigent van het Nederlands Kamerkoor. Vanaf september is hij chef van het Zweedse Radiokoor.
Voor Dijkstra zijn Bachs motetten vocale muziek bij uitstek en om die reden liet hij instrumenten achterwege. Die beïnvloeden de stemmen hoe dan ook, zodat de werken instrumentaler klinken dan wenselijk is. Om het fundament te verstevigen laat hij een basso continuo meespelen. Niet alles wordt ‘plenum’ gezongen, hier en daar zingen kleine solistenensembles.
Dijkstra is zanger genoeg om te weten wat hij doet. Als je niet alleen met solisten werkt maar met een koor moet alles wel zingbaar blijven. Dus bij voorkeur iets langzamer, lichter en ook ontspannener, zodat de zangers zich niet kapot zingen. Dijkstra’s geduld loont. Zijn onthaaste aanpak is een verademing, letterlijk en figuurlijk. Een voorbeeld uit ‘Jesu meine Freude’: Es ist nun nichts. Volgen twee tellen rust. Daarna, nog zachter: nichts. Opnieuw twee tellen rust die nu een eeuwigheid lijken te duren. Zo hoor je het nooit, weldadig! Zachte balsem, liefdevol gestreken. Zo zijn er meer passages aan te wijzen. In ‘Komm Jesu komm’ klinken de eerste twee ‘kommen’ eerder aarzelend dan gebiedend. Heel knap en ook eigenlijk zo waar. Geen sterveling weet immers wat er komt van de andere kant. Kortom, Dijkstra laat horen dat de motetten ook met een vol bezet koor heel goed kunnen. En wat er waar mag zijn van reconstructies van uitvoeringspraktijk: wij moeten er als eenentwintigste-eeuwers met onze oren en harten mee kunnen leven, wij moeten de muziek uitvoeren en er naar luisteren in onze omstandigheden.
Ik heb zo maar het gevoel dat het jongenskoor van de Thomaskirche onder Bach het niveau van het Nederlands Kamerkoor met zijn geweldige volwassen zangers nooit zou halen. De omstandigheden waaronder in de 21ste eeuw wordt gewerkt zijn uiteindelijk heel wat beter; Bach moest tenslotte roeien met de riemen die hij had.
(bron.Klassiekezaken/Julian Vis) |
| Terug naar boven |
| |
Edvard Grieg - Pianoconcert, Lyrische stukken, Ballade in g op. 24
...
Leif Ove Andsnes, piano
EMI Classics 00946 39439928
De Noorse pianist Leif Ove Andsnes deed de afgelopen tijd fl ink van zich spreken. Hij wierp zich op als een advocaat van zijn honderd jaar geleden overleden landgenoot Edvard Grieg en kreeg internationaal veel bijval voor zijn bij die gelegenheid uitgebrachte cd ‘Ballad for Edvard Grieg’. Een gesprek over Grieg en meer.
Niet alleen de critici waren enthousiast over de nieuwe cd van Leif Ove Andsnes. Ook het Noorse publiek liet zich danig gelden. De cd met het Pianoconcert, een aantal Lyrische stukken en de niet eerder opgenomen Ballade in g op. 24 steeg in no time naar de hoogste regionen van de landelijke cd top honderd. Niet de klassieke, maar de poplijst. Een eenzame pianist en werken van Grieg tussen internationale pophelden, het is weer eens wat anders. ‘Sommige cd’s doen dat nu eenmaal in Noorwegen,’ zegt Andsnes, alsof hij in het geheel niet onder de indruk is. ‘EMI Noorwegen is erg gespitst op mogelijkheden die buiten de gangbare klassieke wegen liggen,’ legt hij even later uit, ‘dus promoot de maatschappij mijn cd vooral op plekken waar een ander publiek komt dan de gangbare klassieke liefhebber. Het werkt. Van mijn cd met pianoconcerten van Mozart zijn ook alleen in Noorwegen al zo’n 40.000 stuks verkocht.’
Een klassieke cd als tophit! Het kan dus. ‘Er was wel een tv-commercial aan gekoppeld,’ verklaart Andsnes als reden voor het succes. ‘De cd werd gepresenteerd als een soort Best of Grieg. En Grieg is nu eenmaal een icoon in Noorwegen. Nog steeds. Veel Noren kopen alleen maar een Grieg-cd om er een in huis te hebben. Grieg is hier zoiets als Shakespeare in Engeland.’
Hoewel het grote publiek de cd volgens Andsnes zeker niet zal kopen vanwege de Ballade, de enige nieuwe opname op de cd, speelde ook mee dat rond 4 september, de sterfdag van Grieg, een tv-documentaire over Grieg met Andsnes en de Ballade in de hoofdrol op de Noorse tv te zien was. Vooral de spectaculaire beelden van Andsnes die de Ballade op 1400 meter hoogte eenzaam op de Hardanger berg vertolkt, hebben ongetwijfeld wonderen gedaan. Ondanks de status van Grieg in zijn vaderland is Andsnes geen onvoorwaardelijk fan van zijn muziek. ‘Griegs oeuvre is geen onuitputtelijke wereld zoals die van Bach of Mozart, muziek waar je elke dag weer naar kunt grijpen zonder een moment verveeld te raken. Er zijn tijden dat ik geen noot van Grieg speel of hoor. Maar er is altijd iets dat mij weer naar zijn muziek doet terugkeren. Zijn werk vertolkt diepe emoties, spreekt recht tot het hart. Bovendien ontdek ik soms stukken die ik eerder over het hoofd heb gezien. En ik denk dat dit voor veel mensen geldt. Emil Gilels dacht altijd dat Grieg slechts leuke studiestukjes voor kinderen had geschreven. Tot hij op latere leeftijd diens werk eens serieus bestudeerde. Toen was hij direct verkocht.’
Andsnes laat inderdaad nog wel eens werken van Grieg links liggen. Een daarvan was de Ballade in g, in feite een thema met variaties. ‘Ik vond het altijd een heel moeilijk stuk. Niet alleen pianotechnisch, maar ook in opbouw. Iedere keer als ik er naar luisterde, stokte het wel ergens voor mij. Ik miste de drive.’
Het is ook geen compositie zoals een variatiewerk van Bach of Beethoven. Deze componisten beginnen met een eenvoudig thema en bouwen daar een heel betoog op. ‘Grieg begint al met een thema dat zo uitgewerkt is, zo chromatisch geharmoniseerd en zo mooi, dat je je direct afvraagt wat er daarna nog moet komen. Daar komt veel van de latere stagnatie in het werk uit voort. Grieg was in die periode erg depressief, en dat is hoorbaar. Ook daarom voelde ik me er nooit toe aangetrokken. Pas toen ik het niet lang geleden opnieuw studeerde, ontdekte ik de schoonheid en de diepe emotionaliteit en merkte ik dat de stagnatie niet in het werk zit, maar in de manier waarop het gespeeld wordt. Het vergt pianotechnisch veel, en het is goed mogelijk om de drive te behouden.’
Leeftijd
Andsnes zwijgt even op de vraag waarom het werk nu wel binnenkomt en jaren geleden nog niet. ‘Misschien heeft het te maken met mijn eigen leeftijd,’ zegt hij na lang aarzelen. ‘Ik ben nu 37, ongeveer dezelfde leeftijd die Grieg had toen hij de Ballade schreef. Misschien zijn de emoties in de Ballade voor een twintiger niet zo goed te begrijpen.’
Niet dat Andsnes ongelukkig of depressief is, laat hij direct volgen. Integendeel zelfs. Hij is erg gelukkig en weet zich omringd door de muzikale rijkdom van het pianorepertoire. Ook met Grieg is hij nog niet klaar. ‘Ik heb nog niet de helft van de Lyrische stukken opgenomen, er zijn nog wat oudere pianowerken en ik wil heel graag zijn liederen en kamermuziek zoals de Vioolsonate opnemen.’
Kamermuziek. Het woord valt niet voor niets. Het is naast het solorepertoire Andsnes’ grote liefde. Zo heeft hij in Noorwegen zijn eigen kamermuziekfestival. Daar ontmoette hij negen jaar geleden ook het Artemis Quartet, een viertal waarmee het direct klikte. Onlangs verscheen er eindelijk een cd van de combinatie. Andsnes en het kwartet namen de Kwintetten van Schumann en Brahms op. ‘Werken die ik heel graag wilde opnemen,’ zegt Andsnes snel om de vraag waarom hij juist deze werken koos voor te zijn. ‘Ze behoren tot mijn absolute favorieten. Schumann speel ik al heel lang en Brahms heb ik als een soort goudschat bewaard en pas een paar jaar geleden voor het eerst gespeeld. Het Artemis Kwartet past geweldig bij mijn spel.’
‘We kunnen nog meer verwachten,’ zegt Andsnes voorzichtig. Dat geldt ook voor de combinatie met het Norwegian Chamber Orchestra, het orkest waarmee hij een langdurig samenwerkingsverband heeft. Dit voorjaar verschijnen de pianoconcerten KV453 en KV466 op cd, een vervolg op de eerder verschenen succesvolle cd met de concerten KV271 en KV456. Andsnes zal net als de vorige keer het orkest vanaf de vleugel leiden, want ‘dat deed Mozart tenslotte ook.’ Veel verder gaat Andsnes overigens niet in zijn authenticiteit, al heeft de oude muziekbeweging wel invloed op zijn spel. ‘Elke musicus van mijn generatie met een open geest kan niet om de oudemuziekpraktijk heen. We zijn er allemaal door beïnvloed. Niet zozeer in het instrumentarium dat we gebruiken, maar wel in gebaar. Ik heb wel eens gedacht aan een fortepiano, maar ik word zelf niet enthousiast van het instrument. De moderne vleugel is mijn instrument, daarmee kan ik mij het beste uitdrukken. Ik zie mezelf echt niet in een grote zaal achter een fortepiano zitten.’
‘Nu ja, misschien ooit,’ laat hij zich ontvallen. Voorlopig heeft hij echter nog meer dan genoeg aan de moderne vleugel. ‘Ik heb nog zoveel te wensen. Er is zoveel muziek voor de piano. Ik voel mij wat dat betreft echt een gezegend mens. Ik heb ook geen enkele behoefte om mij in een bepaald genre of een bepaald tijdperk te specialiseren. Ik speel nu weer veel Bach en de komende jaren staat er voor het eerst veel Franse muziek op het programma zoals de Preludes van Debussy. Geweldig is dat. Daarnaast ga ik weer meer Beethoven en moderne muziek spelen. Ik prijs mij gelukkig: muziek is mijn drijvende kracht. Het is een bron die nooit opraakt.’
(bron Klassieke zaken/Paul Jansen) |
| Terug naar boven |
| |
| |
|
|